Het vertoon van volgzaamheid. Herinneringen aan enige GGZ congressen.

HET VERTOON VAN VOLGZAAMHEID. HERINNERINGEN AAN ENIGE GGZ CONGRESSEN

Door Paul Betgem (Psycholoog)

Er is veel veranderd in de zorg en het betreft lang niet altijd positieve ontwikkelingen. De macht van zorgverzekeraars nam toe, budgetplafonds werden ingesteld en er ontstond steeds meer ergernis over marktwerking. Er ging een ziekenhuis failliet. Hulpverleners kregen te maken met wurgcontracten. Nog steeds neemt de administratieve werkdruk toe. Er is een woekering aan zorgprotocollen, geprotocolleerde behandelingen, professionele richtlijnen, certificeringen en zorgstandaarden. De GGZ kreeg daar nog benchmarking met ROM bij. Door alles heen meandert het DBC-systeem met de bijbehorende perverse prikkels. Telkens weer zijn er privacy problemen met medische dossiers, teveel psychiatrische patiënten raken in crisis zonder adequate opvang. Het is allemaal bekend.

Er is door professionals veel geprotesteerd, in de vakliteratuur, in de reguliere pers en in de sociale media. Vooraanstaande hoogleraren, vaak psychiaters, uitten hun kritiek in interviews, op blogsites zoals deze, maar ook in talkshows op TV of in YouTube filmpjes. Daarom ben ik zo verbaasd door mijn ervaringen tijdens enkele belangrijke symposia. Wat was daar toch aan de hand?

2014 NVGzP, Congres “Hoe overleef ik de Basis-GGZ?”

Er was al van alles loos in dat jaar. Maar de titel van dit NVGzP symposium was veelbelovend. De collegae gaan orde op zaken stellen! Het NVGzP profileert zich sterker dan het NIP, dus dit wordt wel wat. Het ging meteen al mis. De dagvoorzitter opende met badinerende grapjes en zou de rest van de dag een luchtige gesprekstoon hanteren. Er werd dus gelachen. En ja, dan komen de relativeringen, enerzijds dit, anderzijds dat. Terwijl zich in de lezingen de volledige complexiteit van het werkveld openbaarde, want wat er allemaal zou gaan gebeuren werd volstrekt duidelijk, resoneerde er duidelijk een visie door de zaal, namelijk: “hier liggen kansen voor psychologen”. Daar was iedereen het over eens. Gelukkig maar. Want er kwamen twee juristen aan het woord, zogenaamde zorgmakelaars. Enthousiaste jongelieden die bij mij het gevoel opriepen dat het in de zorg ingewikkeld zou gaan worden, de komende jaren. Wat ook gebeurd is. Maar de sfeer tijdens dit congres zou ik willen beschrijven als ontspannen, en vooral positief. Kritische opmerkingen, geluiden van protest? Welnee.

2016 Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ, Congres “Goede zorg tegen aanvaardbare kosten”

De lezingen draaiden om controle. Regelmatig viel het woord transparantie. Zorgprotocollen, gestandaardiseerde behandelingen, big data, benchmarking met ROM, het stond allemaal op de agenda. Het publiek was multidisciplinair. Dat was ook de opzet, omdat het congres draaide om medewerking van het hele werkveld. Minister Edith Schippers opende de dag met een lezing. Na afloop van die voordracht gebeurde het volgende. Iemand begon te applaudisseren en dat applaus werd overgenomen. Ik applaudisseerde niet. En toen stond iedereen op, behalve ik. Minister Edith Schippers kreeg een staande ovatie en dat duurde lang, veel te lang naar mijn zin. Ik klapte niet. Ik bleef zitten en voelde links en rechts van mij kritische blikken, ik zag opgetrokken wenkbrauwen. Op dat moment voltrok zich in mij een verandering. Kort samengevat, kritisch beleidswerk voor de GGZ ging van mijn agenda af. En dat is een understatement.

De rest van de ochtend verliep eigenlijk net zo als het NVGzP congres. Inmiddels was mijn chagrijnigheid dermate opgelopen dat ik in de lunchpauze het congres verliet. Ik werd daarop aangesproken door collegae. “Ga je al weg? Moet je geen soep, er zijn lekkere broodjes hoor!”. Ik mompelde wat, over dat er niets nieuws verteld werd, over dat ik het verhaal allemaal wel kende, dat soort teksten. De collegae dachten daar anders over. Terwijl het publiek lachend in de rij schoof voor het buffet verliet ik de zaal.

2017 P3NL, de eerste plenaire bijeenkomst met de achterban.
Op zich is het convent P3NL een historische ontwikkeling. Een confederatie van zoveel beroepsverenigingen van psychologen en pedagogen is uniek. In principe kan dat een groot machtsblok zijn, maar bij deze eerste bijeenkomst had ik van tevoren al mijn twijfels. Op grond van eerdere ervaringen, zeker, maar vooral ook op grond van de agenda. Daar stonden namelijk helemaal geen beleidspunten op. Terwijl ik zou zeggen, zo’n bijeenkomst, maak eens een interessant programma. Wat zijn de beleidsdoelen, welke speerpunten heeft P3NL in Den Haag? Wat gaan we met de minister bespreken? Niets van dat al. Er was een muziekmaker, we mochten geluiden maken met plastic buizen en iedereen deed mee, ik ook. De voorzitter hield een toespraak vol risicoloze abstracties. Ik herinner me nog een lezing, overigens van iemand die geen psycholoog of pedagoog is, en dat was best een leuk verhaal, over een soort creatieve mengeling van schuldsanering en therapie. Iedereen was tevreden. Ik niet. De sfeer bij de borrel was uitgelaten vrolijk. Ik ben niet gebleven. Wel nog een paar bitterballen genomen en die waren, dat moet ik toegeven, van een excellente kwaliteit.

En de conclusie?
Afgezien van mijn interne belevingen is er nog een ander verhaal, als we de ontwikkelingen op het gebied van de zorg de afgelopen jaren analyseren. Uit de reguliere pers, en vooral uit de sociale media, ontstaat de indruk dat er veel protest is. Precies daarom vind ik mijn ervaringen bij deze congressen zo opmerkelijk. Er wordt zo vaak actief meegewerkt met ministerieel beleid. Ja, zult u zeggen, wat wil je ook, de kritische collegae gaan niet naar dat soort congressen, die weten wel beter. Of, kom eens bij ons op de werkvloer kijken, dan maak je wel anders mee. Best mogelijk maar het kan niet anders zijn, dan dat dit collectief vertoon van volgzaamheid tijdens congressen, beleidsmakers bevestigt in hun mening dat het met die protesten wel meevalt en dat ze hun plannen gewoon verder kunnen doorvoeren. Soms met applaus als gevolg.

3 gedachten over “Het vertoon van volgzaamheid. Herinneringen aan enige GGZ congressen.”

  1. De meeste mensen uiten hun kritiek alleen binnen de veilige muren van de -al dan niet digitale- wandelgangen. Ik heb vaak mogen ervaren wat er gebeurt als je een spreekbuis wilt zijn van die kritiek:
    Op een vergadering van een beroepsvereniging waar ik destijds lid van was, waren 300 leden aanwezig. In de weken voorafgaand aan de vergadering was via de mail een grote hetze ontstaan omdat het bestuur de voltallige redactie van het vaktijdschrift had ontslagen. Tijdens de vergadering waste het bestuur de handen in onschuld en alle leden knikten braaf. Ik was verbaasd. Waar was alle kritiek ineens gebleven? Ik stond op en vroeg het woord. Via de microfoon vertelde ik hoe ik erover dacht en sprak het bestuur aan op zijn aandeel en verantwoordelijkheid. Ik wist 100% zeker dat vrijwel al mijn collega’s er hetzelfde over dachten. Ik verwachtte dus bijval. Tot mijn verbijstering keerden mijn collega’s zich tegen mij, en niet zo’n beetje. Er werd op vingers gefloten en boe geroepen. Alleen de twee collega’s die pal naast mij zaten, deden een poging om de kwade reacties af te zwakken.
    Helaas ben ik niet de enige met dit soort ervaringen. Uiteindelijk zijn de meeste mensen bang voor hun eigen hachje, voor hun baan, voor verlies van status, voor verlies van macht. Om en plein publiek een afwijkend rebellerend standpunt in te nemen moet je bereid zijn om voor je idealen te vechten, bereid zijn om forse risico’s te nemen, of weinig te verliezen hebben, of gek zijn.

    Ik wens je veel succes en mocht je ooit een dappere medestander nodig hebben die niet bang is om zich onpopulair te maken, geef me dan een seintje.

    Groet, Marlene

  2. Mooie blogpost van Paul Betgem. Herkenbaar ook. Veel professionals hebben boter op hun hoofd. (of zijn ook gewoon mensen die moeten overleven). Waarom gaan jullie niet kleinschalige GGz zoals jullie vinden dat het moet aanbieden. Gat in de markt (vergeef me het laatste woord). Er zijn succesvolle voorbeelden nodig. Dan volgt de rest denk ik langzaam maar zeker.

  3. Er is een verschil, bij dat soort bijeenkomsten, tussen zwijgen en enthousiast toejuichen. In zo’n zaal als enige opstaan en kritiek uiten werkt niet. Ik heb dat wel geprobeerd op andere bijeenkomsten en binnen de kortste keren ben je de moeilijke jongen. En ach, managers kennen die typen wel, je hebt altijd piepeltjes die weer negatief zijn. Maar wat mij bij deze bijeenkomsten zo opviel was het duidelijk vertoon van instemming, enthousiasme voor de beleidsvoorstellen. De vrolijkheid, het gelach… en het applaus voor de minister. Dus. En dat is van een iets andere orde dan zwijgen of je mening voor je houden. Dat is actief meewerken. Trouwens, jouw verhaal Marlene, zeer herkenbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *